Nl

Milieubewuste stooktips

Stooktips : het voorbereiden van houtvuur en schoorsteen

Zet een raam open bij het aanmaken van een houtvuur zodat er ruimschoots lucht kan toegevoerd worden. Een houtvuur verbruikt immers veel verbrandingslucht.
Het is aanbevolen om geen vochtige en een goed gereinigde schoorsteen van een aanzienlijke hoogte te gebruiken. Let er op dat de schoorsteen ook eventueel beschermd is tegen valwinden.
De schoorsteen moet voldoende trekken. Je test dit best eens met een lucifer of een propje papier, want zelfs bij een normaal trekkende schoorsteen kan de luchtstroom zich plots keren. Dit gebeurt wel eens wanneer de buitentemperaturen hoger ligt dan de binnentemperatuur.
Trekproblemen komen heel vaak voor bij schoorstenen die aan de buitenkant van de woning gevestigd zijn en niet voldoende geïsoleerd zijn.
Wanneer de schoorsteen of zelfs de kachel voorzien is van een klep moet die open staan om een goede trek te garanderen.
Accumulerende houtkachels geven onmiddellijk trek, wanneer ze nog warm hebben van de vorige dag te branden. Als deze houtkachels al enkele dagen niet meer gewerkt hebben is het belangrijk om eerst te kijken of de schoorsteen wel voldoende trekt. Een handige manier om dit te weten is enkele proppen papier zo dicht mogelijk bij de schoorsteen laten opbranden. Probeer ze hoog mogelijk in de kachel aan te brengen. Sommige kachels hebben ook een speciale klep waar je papier kan branden of bij sommige kachels moet je het papier onderaan de kachel branden. Door deze handeling uit te voeren wordt de koude lucht doorheen de schoorsteen naar buiten gestuwd zodat je onmiddellijk weet of de schoorsteen trekt. Als dit geen effect heeft laat je de schoorsteen best eens nakijken door een professioneel. Wanneer je zeker bent van de trek van de schoorsteen, maak je zo snel mogelijk het vuur aan, want anders is er kans dat de luchtstroom zich gaat keren.
De luchttoevoer naar het effectieve vuur in de kachel moet ook gevrijwaard worden. Let hierbij vooral op dat het rooster dat zorgt voor de luchttoevoer niet bedekt is met as of dat de aslade niet vol is.

Stooktips : het aanmaken van een houtvuur

Probeer enkel natuurlijk materiaal aan te wenden om een haardvuur aan te steken. Hierbij denken we aan kleinhout, schors of aanmaakblokjes die op natuurlijke wijze vervaardigd zijn. Krantenpapier is heel efficiënt, maar niet milieuvriendelijk door de inkt op het papier. Andere materialen zoals paraffineblokjes zijn eveneens niet aan te raden.
Bij accumulerende houtkachels die de dag voordien nog gebrand hebben, kunnen gemakkelijk weer aangemaakt worden met een prop papier of wat berkenschors.
Wanneer de kachel voorzien is van een hoog brandoppervlak plaats je de houtblokken best rechtop tegen mekaar of tegen de achterwand. Bij een laag, diep of brede brandplaats in de kachel plaats je de blokken best in rijen met een afwisseling van richting.
In Europa legt men steeds het best brandbare hout onderaan en daarbovenop de dikkere houtblokken. In Amerika gaat men omgekeerd te werk omdat men er van overtuigd is dat men zo minder vervuiling veroorzaakt. Kleine vlammen onder dikke blokken leveren blijkbaar minder vluchtige houtcomponenten op. Het duurt hier wel een stuk langer vooraleer het warmte-effect optreedt.
Zorg ervoor dat de verbrandingslucht elke houtblok goed kan bereiken. Een hele stapel hout opwerpen is dus geen oplossing.
Bij het aanvullen van hout in het verbrandingsoppervlak van de kachel, mag deze de eerste keer maar maximaal voor de helft gevuld worden. Daarna maximum voor 2/3.
Tussen het hout moet er ook steeds voldoende plaats zijn zodat de verbrandingslucht aan iedere houtblok kan.
Let er steeds op dat er luchttoevoer mogelijk is door de kleppen aan de kachel open te zetten. Zet eventueel ook een raam open.
Nu ben je klaar om eerst het meest brandbare materiaal aan te steken. Laat eventueel de kachel- of haarddeur nog even openstaan op een kiertje. Stooktips : het bijvullen en sturen van een houtvuur
De luchttoevoer mag verminderd worden eenmaal de kachel goed brandt, want anders gaat de verbrandingstemperatuur te sterk dalen. Bij accumulerende houtkachels die de vorige dag gebrand hebben, kun je de luchttoevoer al na 5 minuten verminderen. Bij andere kachels pas na een kwartier à een half uur.
Er zijn verschillende manieren mogelijk om de luchttoevoer te verminderen, maar dit is afhankelijk van het soort kachel. Bij sommige gebeurt dit volautomatisch wanneer ze bimetaalveren hebben. Bij andere gebeurt dit manueel. Je kijkt dan best naar de vlammen om de luchttoevoer te regelen. Als de vlammen plots heel klein worden, heb je de luchttoevoer teveel verminderd.
Bij een open haard gooit men wel eens een blokje erbij om het vuur constant te houden, maar dit is wel niet zo milieuvriendelijk.
Wanneer de houtstapel half is opgebrand, mag men een nieuwe portie hout voorzien. Let wel dat het brandoppervlak nooit voor meer dan 2/3 gevuld wordt.
Enkel echte verbrandingsas mag je door het rooster duwen wanneer je denkt dat het rooster verstopt zit; geen brandende houtskolen.
Een algemene regel is dat al het hout in de brandruimte van de kachel moet branden. Rokende of dampende blokken zijn blijkbaar te ver verwijderd van het epische brandcentrum of krijgen te weinig lucht. Het is ook niet aan te raden om constant de deur van de kachel of haard te openen om te poken, want dan daalt de temperatuur van het vuur constant.
Om de controleren of de verbranding goed verloopt, kijk je best eens naar de rook die buiten uit de schoorsteen komt.Bij een grijze, lichte rook is de verbranding goed. Bij zwarte of donkergrijze rook zijn er teveel deeltjes in het vuur die onverbrand blijven.
Om na te gaan of je niet teveel warmteverlies hebt, kun je een thermometer in de schoorsteen hangen. De temperatuur van de rookgassen die door de schoorsteen gaan, moeten minimum een temperatuur van 180 tot 200 °C hebben. Is dit niet het geval dan kan er condensatie in de schoorsteen optreden, waardoor er ook een warmteverlies optreedt. Bij elke verbranding, zelfs van een droge brandstof zoals aardgas komt waterdamp vrij, maar dit mag dus niet te veel zijn.

Stooktips : het afsluiten van een houtvuur

Het moment dat er alleen nog gloeiende houtskolen overblijven, mag de luchttoevoer verder verminderd worden. Let wel dat de kolen niet gaan roken, want dan is de luchttoevoer te fel verminderd.
Probeer de gloeiende houtskool zo dicht mogelijk bijeen te brengen voor een optimale verbranding.
De luchttoevoer mag pas volledig afgesloten worden als alle houtskool is opgebrand.
Bij accumulerende houtkachels sluit je gewoon de klep af zodat de verkregen warmte niet kan ontsnappen. Let wel dat deze klep nooit volledig kan afgesloten worden en dit om de schoorsteen droog te houden en koolmonoxidevergiftiging te voorkomen. Stooktips : houtasse nuttig gebruiken
De as van hout kan men nog gebruiken als meststof voor planten. Houtasse bevat namelijk mineralen, kalium en magnesium die de planten ten goede komen. In combinatie met compost wordt die weldoende werking nog versterkt.
Als u geen tuin hebt, doet u uw asse best naar het containerpark. Daar vermengen ze dan zelf de asse met groenafval om te gebruiken als meststof in andere tuinen.
Asse bewaar je best in een brandvrije afgesloten bak.

Stooktips : gaskachels

Bij de meeste gastoestellen wordt alles automatisch geregeld.
Bij gaskachels waar men toch nog alles manueel moet regelen, moet men er steeds opletten dat de vlammen blauw kleuren. Zijn de vlammen bij verbranding geel, dan moet de kachel bijgeregeld worden. Je kunt het toestel door een professioneel laten regelen dat de vlammen steeds blauw zijn.
Als de vlammen van de brandkoppen wordt geblazen, is de luchttoevoer te sterk en moet die verminderd worden.
Probeer zo snel mogelijk een steekvlam te ontwikkelen met de ontsteker zodat er niet te veel gas kan ontsnappen. Wanneer blijkt dat een moeilijke opdracht is, moet men best eens het ontstekermechanisme laten nakijken.
Zorg ervoor dat u in uw woning steeds energiebesparend denkt.